Meditatie

 

 

 

 

‘Uw spraak maakt u openbaar’

 

 

 

Het gesproken Woord

Is het u wel eens opgevallen hoeveel nadruk er valt op het taalgebruik, op het spraakgebruik tijdens het Pinksterfeest en daarna? Als de Geest naar Christus’ belofte op Zijn Kerk wordt uitgestort, dan is er onmiddellijk sprake van Hem, van de grote werken van God! Op het geluid van de geweldige windvlaag die als een stem door Jeruzalem klinkt en nodigt om tot kennis der Waarheid te komen, stroomt het publiek uit alle windstreken toe. Zij horen een ieder van de apostelen en uit de discipelkring in zijn eigen taal spreken.

 

De Geest schakelt dadelijk het stemgeluid in en maakt tot getuigen. Het is duidelijke taal die gesproken wordt door mensen, ja ten diepste door de woordvoerder van Jezus Christus. Heeft de Meester Zelf niet gezegd: Die zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het Mijne nemen en u verkondigen?! (Johannes 16 : 14). Zie, de kracht van de Heilige Geest is over deze getuigen van het Lam Gods gekomen. Het is niet alleen zichtbaar, maar ook hoorbaar! De samengestroomde menigte wordt door dit spreken geraakt en gekraakt, aangeraakt door God. Zij wordt indringend tot bekering en geloof geroepen. Nu het beslissende uur van de Zaligmaker geslagen heeft, is dat zelfs eerste vereiste.

 

Hoezeer God in het aanbieden van Zijn genade ieder te hulp komt, blijkt wel uit het heilsfeit, dat ieder hen in eigen taal hoort spreken. Wat de Geest te spreken geeft aan de getuigen, krijgen de omstanders onomwonden te horen. Het zijn geen loze kreten, maar evenzovele door de Geest getoonzette preken. Dienst des Woords onder leiding van de Geest!

 

Vervuld en verrukt worden de Schriften uitgezegd en uitgelegd, waar en klaar! Christus Jezus en Gods verlossende daden in Hem staan centraal. Hoog wordt van Hem en Zijn heil opgegeven. Met Pinksteren wordt de gelegenheid gegeven om te spreken van Jezus Christus gekruisigd en verheerlijkt. Sinds Pinksteren is de gelegenheid geboden om te horen naar de woorden van eeuwig leven. Ons spreken en ons horen maakt ons openbaar, óf wij van de Geest des Heeren geleerd zijn en nader onderwezen worden, óf dat wij de mond vol hebben van onszelf, van het bedenken van het (vrome) vlees, dat pure vijandschap tegen God en Zijn Evangelie is. Waar het hart vol van is, loopt de mond van over. De vraag klemt: is het Woord aan het woord, of wijzelf? Bent u door Woord en Geest overtuigd van de Waarheid? Blijft u in Christus Woord? Zo zijt ge waarlijk Mijn discipelen en zult de waarheid verstaan en de waarheid zal u vrijmaken (Johannes 8 : 31, 32). Zo niet, dan klinken holle vaten, ook in de gemeente en op de preekstoel het hardst. Veel geschreeuw is namelijk geen Herderstaal noch schapenwol.

 

Verstaanbaar gemaakt

Op Pinksteren weet de Geest de taalmoeilijkheden sinds Babel ontstaan te overwinnen. Hij doorbreekt ook de taalbarrières. Hij maakt het Evangelie van Jezus Christus verstaanbaar. De taal van de Geest - het is een wonder in onze oren! Wij hoeven spreek- en hoorwonder niet tegen elkaar uit te spelen. De één spreekt in deze taal, de ander in die taal en een ieder hoort in zijn eigen taal wat de Geest zegt. In ieder geval heeft de Geest Zelf al wat er betuigd wordt, begrijpelijk gemaakt voor de hoorders in hun moedertaal. Het is geen geheimtaal. Hoe zou dat kunnen bij de openbaring van Jezus Christus!   

Om tot geloof te kunnen komen, moet begrepen kunnen worden, wat er in de prediking door de Geest tot de gemeente gezegd wordt. De taal die God de Geest in de schepping gaf, speelt in Zijn herscheppend werk evenzeer een belangrijke rol. Hij Die profeten en apostelen inspireerde, Die de Schriften liet verklaren en te boek deed stellen. Hij gaat door ook in onze taal te spreken van de Heiland der wereld. De Geest is de grote Taalgeleerde en Overzetter en deze Vertaler doet het volmaakt getrouw. Het spreken in andere talen duidt aan, dat het apostolisch-, het Geestesgetuigenis voor alle volken bestemd is. Steeds weer en meer neemt de Geest voor het zendingswerk talen in beslag en vertaalwerk in Zijn dienst, opdat de volken zullen horen van de enige Naam onder de hemel tot zaligheid gegeven: Jezus. Dusdoende komen de contouren in zicht van de grote schare uit alle talen en naties, die samen met Israël Gods lof bezingen zal.

Een ieder in zijn eigen taal - dat schept temidden van alle verscheidenheid en veelkleurigheid toch de eenheid des Geestes. Wat in Babel verwarring gaf, krijgt in Jeruzalem aanvankelijk herstel en is profetie van het Jeruzalem dat boven is. Ja, van de toekomst des Heeren, waarin de grote werken Gods eendrachtig en in enerlei taal geroemd zullen worden. Het feit, dat God in eigen taal tot ons spreekt, betekent, dat Hij u aanspreekt, u genade biedt. Zelfs meer van Zichzelf bekend wil maken, opdat u vervolgen zult om de Heere te kennen. Gods woorden en werken willen geloofd en beleden worden, inderdaad, in binnenkamer en op straat. Hoort uw omgeving daar van op? Hoort uw naaste van Christus? Dat is de moeite van het spreken en aanhoren waard! Uw spraak maakt u openbaar voor de hemel en op aarde.

 

Tongentaal

Met Pinksteren is de tong door de Geest geheiligd. Opnieuw in gebruik genomen om God te loven en te prijzen. Om de naasten alle goeds van de Zaligmaker te melden.

Nu is er het spreken in tongen, de zogenaamde glossolalie. Ook op Pinksteren is dit aan de orde geweest. We horen er diverse keren over spreken in het boek Handelingen en het komt nog voor. Het spreken in tongen is volgens Paulus’ getuigenis in 1 Corinthe 14 één van de gaven van de Heilige Geest. Let wel, één van, naast vele andere. En niet iedere gelovige heeft deze gave ontvangen, toegemeten gekregen van Christus. De apostel vindt de glossolalie of tongentaal zelfs niet de belangrijkste gave. De overtrokken aandacht in sommige Pinkstergroepen voor deze gave en de eis om in tongen te spreken als bewijs, dat je met de Geest gedoopt bent, is niet Bijbels te noemen. De Geest Zelf leert ons anders.

 

Belangrijker is te onderkennen, waarvoor deze gave dient. Het spreken in tongen is gegeven om God te verheerlijken. Daarnaast om zichzelf te stichten. Het is een zeer persoonlijk geschenk in en voor de omgang met God. Wie in tongen spreekt, gebruikt een andere taal; bezigt klanken die niet iedereen begrijpt. Vandaar dat het erop lijkt, of iemand een vreemde taal spreekt. Alleen wie de genadegave van de uitleg van de tongentaal heeft, kan één en ander uitleggen voor de gemeente. De apostel Paulus kon zelf meer dan de Corinthiërs in tongen spreken, maar geeft voor het gemeenteleven en evangeliesatiewerk de voorkeur aan de profetie. Nu heeft Christus bij Zijn Hemelvaart deze gave aan Zijn discipelen toegezegd. Marcus 16 : 17. Op Pinksteren en daarna hebben discipelen inderdaad deze ‘taal’ gesproken en daarmee tot God gebeden. Hem aanbeden en gedankt. Zijn grote werken worden geroemd. Hoewel niet ieder deze gave ontvangt, kent wie God vreest daar toch bij benadering wel iets van. Wanneer Gods liefde in onze harten is uitgestort door de Geest en wij delen mogen in het leven met God door Christus, dan is daar een vervulling en een verrukking zo overstelpend, zo vreugdevol, dat wij het niet eens onder woorden kunnen brengen. We stamelen, we kunnen het niet uitgezegd, uitgejubeld krijgen. In die intense, diepe Geesteservaring wil het geloof de Drieënige God grootmaken voor het smaken van Zijn zaligheên. God wordt in Zijn Persoon en werk als Vader, Zoon en Geest gekend en geloofd. In wederliefde willen wij niets liever dan Hem eren (Efeze 3 : 14-19). Zowel in jubel als in stilte is een voorproef gegeven van het eeuwig en volmaakt zingen van Gods goedertierenheên. Dat zal de Heerlijkheid van al Gods gunstgenoten zijn. Ook van u?

 

                                                            Overgenomen van ds. P. Koeman