Ga direct naar de hoofdinhoud

Meditatie

 

Geestelijke training

... oefen uzelf tot godzaligheid.

1 Timotheüs 4 vers 7

 

Timotheüs schijnt niet zo’n sterk karakter te hebben gehad. Overgevoelig, gauw ontmoedigd en vermoedelijk met een aangeboren neiging tot traagheid. In ieder geval - het is treffend op te merken, hoe de oude apostel alles van zichzelf vergeet en zijn jonge helper opbeurt. Paulus zegt niet: wees godzalig, maar oefen uzelf tot godzaligheid. Met andere woorden: voor hem is godzaligheid het grote doelwit. Iedere christen behoort daarnaar te streven. ‘Godzaligheid’ blijft bijna uitsluitend beperkt tot deze laatste brieven van deze apostel. Het Woord is voor hem juist die uitdrukking, die precies de diepte, volheid en rijkdom bevat van zijn godsdienstige beleving in de laatste fase van zijn leven. Wat bedoelt Paulus er mee? Letterlijk gezien zou men kunnen vertalen met: welgeleide eerbied. Maar bezien wij de omgeving waarin het verschijnt, dan openbaart ‘godzaligheid’ zich met name in het levensgedrag. Actieve godzaligheid - het is de vreze des Heeren, zoals die uitkomt in onze daden, in onze gevoelswereld, in ons sentiment, in belijdenis, maar gestalte aanneemt in de praktijk! Stille omgang met God in gehoorzaamheid aan de Heere, maar ook de helpende hand, de dienst aan de naaste.

Dit edele woord leert ons onder meer, dat alle ware religie gestalte aanneemt in de houding van het dagelijks leven. Misschien acht u dat een gemeenplaats. Wij wilden wel, dat dat waar was. Maar als godzaligheid naar buiten kwam, zouden wij geheel andere mensen zijn dan gewoonlijk. Onze kerken zouden centra van nieuw leven zijn en overal zou een nieuwe lente openbaar komen. Echte vreze des Heeren wortelt in de waarheid, aan ons geopenbaard, om door ons geloofd en beleden te worden. En wat dunkt u: zou God ons iets vertellen, enkel om dat dan maar te geloven en verder niets meer? Wat is het doel van al de beginselen, heilsfeiten en geschiedenissen, die het geheel van Gods Woord uitmaken? Dienen die om ons te verlichten? Natuurlijk! Alléén om ons te verlichten? Nee, nee - de waarheid Gods moet als een vlam overspringen van ons verstand naar ons hart. Waarheid Gods wil beleefd worden, deel van ons uitmaken. Moet de Bijbelse waarheid een begrip blijven? Neen, waarheid Gods wil ons doen leven in Christus Jezus. Mijn wandel moet openbaar komen naar het Woord Gods. Om zo te zeggen: het uiteinde van de wegen dient de verandering van ons levensgedrag.

In voorgaande eeuwen is wel eens teveel gedacht: de leer moet waar zijn. Wij willen een zuivere leer. Als een mens maar recht gelooft, God liefheeft naar de belijdenis, dan is het zo ongeveer wel goed. Maar - een huis is niet af, wanneer het fundament grondig is gelegd, de muren overeind staan. Het dak moet op het huis. Godzaligheid wordt tastbaar in de levenswandel. De grond waarin de boom leeft, de wortels aan de boom, zijn stam en bloesem - het dient alles de vrucht. God geeft het Evangelie niet om ons wijs te maken, zelfs niet om ons te zegenen, maar Hij bedoelt er bovenal mee ons mensen te maken, tot alle goed werk bekwaam. Let er intussen wel op, dat dit doelwit van de godzaligheid hier nooit volkomen wordt bereikt. Tót godzaligheid - dat beduidt: wij zullen er niet volkomen toe naderen, maar wij jagen er wel naar of wij ook grijpen mogen, waartoe wij van Christus Jezus ook gegrepen zijn.

Intussen vraag deze jacht een intense discipline. Oefen uzelf - het woord behoort bij de sportschool. Het is athletisch van oorsprong. De hardloper, de roeier, de bokser moeten allen langdurig trainen voor zij hun sport beheersen. Christenen moeten hun geest even grondig trainen als de atleten hun spieren. Wat zijn er velen, die ook maar een honderdste deel niet geven aan moeite om het ideaal van het christenleven te bereiken. Voor allerlei sporten geeft men het uiterste, maar zelfverloochening, volharding en concentratie in geestelijke oefening - waar vindt u dat? Toch kan ‘godzaligheid’ niet zonder enigerlei oefening, training zelfs.

U zegt: hoe? Wel, in de eerste plaats moet er concentratie zijn. Wij bedoelen daarmee niet benauwdheid, bekrompenheid. Maar op zijn minst vraagt deze oefening toch een zekere selectie. Godzaligheid vraagt toegang voor alle dingen, maar moet onderhouden worden. Wij moeten het leerhuis in. De Schrift tot ons laten spreken. Hele Bijbelboeken dóór. Wij moeten het leerhuis in. Dan vervolgens gaat het niet zonder een bepaalde onthouding. De sportlui weten er van: niet te dik, niet te vet. Slank en lenig blijven. Inspanning van al onze krachten is vereist. Tucht over onze tijd, tucht om de training niet te verwaarlozen. Houd u in voortdurend contact met de waarheid van het Evangelie. Hoe dichter bij het Woord, hoe beter. Klem u met al de kracht van uw geest en hart vast aan Christus en de waarheden en schatten in Hem besloten. Gewen u aan de Heere, dat beduidt: een geheiligde kennis van de waarheid van het Evangelie in uw hart, bewaar u zelf in de liefde Gods, bouw uzelf op uw allerheiligst geloof, biddende in de Heilige Geest.

Aan deze oefening is een belofte verbonden. De belofte voor nu en voor eeuwig. Dat hangt samen met de aard van de godsvrucht. Zij heeft betrekking op de relatie tot God. Dat is een vruchtbare relatie. Men leert daarin kennen de Vader in Zijn grote zorg en liefde, in Zijn onvoorstelbare trouw. Maar ook de Zoon in de kracht van Zijn verzoenend lijden en in Zijn liefde voor ons. De Heilige Geest in Zijn geduld en bereidheid om bij ons in te wonen en aan ons leven leiding te geven.

Zoekt ge een levensbeeld om u daarin te spiegelen? Het is het leven van Christus. In Zijn gemeenschap is er wasdom. Telkens een stap verder, telkens een sprong verder. Telkens dichter bij de kroon. De kennis der waarheid moet al dieper, het inzicht in Gods Woord al klaarder, het geweten al fijner, het hart al teerder, het geloof al vaster worden. Jezus Christus heeft in Zijn verzoenend lijden en sterven ons de oefening voorgedaan. Het heeft Hem het leven gekost, in alles de Vader te behagen. Maar juist daardoor heeft Hij ons de godzaligheid volkomen verworven. Wanneer wij maar in Hem blijven, leidt Hij ons naar de heerlijkheid!

Ds. A. van Brummelen, 1986