Ga direct naar de hoofdinhoud

Meditatie

 

‘Ons in alles gelijk…’

 

En Pilatus zeide tot hen: Ziet, de mens.

Johannes 19 vers 5b

Woorden reiken soms ver. In de lijdenstijd hebben we daarvan indrukwekkende voorbeelden. Sprekers zelf zien, overzien, doorzien de reikwijdte niet. Belangrijk om te bedenken. Gods Geest geeft diepe lading aan woorden en zinnen, denk maar aan de hogepriester Kajafas met zijn ‘beter één dan het gehele volk…’. Pilatus is ook zo’n zegsman.

 

De stadhouder en rechter moet een uitspraak doen, die verwachting leeft. Het is de eis dat hij vonnis te spreekt. De gedaagde is de Heere Jezus, de Joden rekenden Hem in, sloegen Hem in de boeien. Het ging zonder verzet: ‘Indien gij dan Mij zoekt…!’ De gearresteerde Jezus is bij Pontius Pilatus opgebracht. Zoveel is inmiddels duidelijk, deze aardse rechter zit met de Gedaagde behoorlijk in zijn maag. Hij zit met de handen in het haar, de rechter loopt vast. Duidelijk onschuldig, hij vindt geen schuld in Hem. Heldere uitspraak kan plaatsvinden, vrijspraak is de weg. Maar dat is juist een moeilijke kwestie. Daarvoor was het leger niet op de been als het om Zijn arrestatie gaat. Het is een drukte van jewelste bij de rechtbank, gebrand op de afloop van deze rechtszaak. De rechter zelf heeft het heen en weer. Om de kwestie tot een einde te brengen, zal hij Jezus uitbrengen. Dát moet de mensen overtuigen. Jezus kómt uit, als het zwijgend Lam Gods, Pilatus zal zijn rechterlijke uitspraak doen. Hij zegt een korte zin, vraagt de aandacht, een woord dat tot nadenken stemt: Ziet, de mens.

 

Ja, ’t is wel goed om te kijken. Dat is zeker. Naar Jezus kijken, eenieder moet Hem zien. Wat een ellendig gezicht. Hij is een toonbeeld van ellende. Niet bepaald ontzagwekkend, wel meelijwekkend. Kijk Hem daar staan. Niemand hoeft toch bang te zijn? Wat is te vrezen van Hem? Het is bij dit schouwspel toch helemaal duidelijk dat van alle woorden die gesproken zijn en van alle zaken die gevreesd worden, niets standhoudt. De meute moet nu toch wel doordrongen zijn dat Hij gerust op vrije voeten kan komen. Met een gevoel van meelij naar Hem zien, ja Pilatus laat Hem maar los. Mis! Pilatus slaat de plank mis. Een grove misrekening. Hij bereikt het tegenovergestelde van wat hij wil. Zijn plan lukt niet, mislukt volkomen. Met heel deze vertoning slaat Pilatus ongewild wel de spijker op zijn kop.

 

De mens. Een gewetensvolle preek. Het Woord is vlees geworden. Hier is Immanuël, God met ons. Menswording. Het wordt duidelijk wat het betekent, onder ons en met ons. De afloop voor ieder mens is zeker. Jezus’ einde nadert, alle heerlijkheid is weg, we slaan de handen voor de ogen, dit is het aanzien niet waard, bij Hem kijk je weg. Hier is dé mens. De laatste Adam. In gedachten gaan we van hof tot hof, van de hof van Eden naar de hof van Gethsemané.

In de hof werd Jezus gevangengenomen. Waarom? Omdat het in de hof van Eden faliekant mis is gegaan en finaal fout. Daarom was er die uitlevering. De Heere Jezus Zelf is de bende met fakkels en lantaarns tegemoet gegaan. Zij hoefden Hem niet te zoeken. Hij heeft Zichzelf aangeboden, opdat de Zijnen heengaan en vrijuit gaan. Hij kwam als mens uit om geoordeeld te worden, hoe anders was het in de hof van Eden. Daar dagvaardde de HEERE, Hij zocht de vluchtende en verborgen Adam. Hij riep de mens ter verantwoording, Adam moest voor de dag komen: Waar zijt gij? Bij Jezus is het allemaal anders. Hij komt voor de dag, ook hier in Johannes 19: Jezus dan kwam uit. Hij wil plaatsbekledend gaan. Daarom: Zie, dé mens. De mens onder de vloek. Ellende. Eenzaamheid. Oordeel. Veroordeling. Dood. Diepe indrukken: ‘Ik de vloek, Ik uw verdoemenis, Ik uw dood’. De mens tot zonde gemaakt, tot het kruis veroordeeld. Het vonnis moest worden voltrokken, plaatsvervangend gekruisigd, geleden en gestorven. De mens om nieuwe mensen te scheppen. Met de doornenkroon is Hij gekroond om zondige Adamskinderen met de eerkroon te kronen. Zie, de mens… De laatste Adam voor de mens Gods! Hebben we Hem al ontmoet? Die in mijn plaats wilde gaan staan en hangen.