Meditatie

 

 

 

En Hij openbaarde Zich aldus: ….

Johannes 21:1slot

 

 

 

 

Jezus leeft! Een boodschap die staat! Geloof in de Levende is een kwestie van openbaren. De eerste dag van de week waarop Jezus is opgewekt is er eentje van verschijnen en openbaren. Johannes beschrijft in hoofdstuk 20 Jezus’ komen tot Maria Magdalena in de hof en Zijn aanwezigheid in het midden van Zijn discipelen in de avond van dezelfde dag. Tijdens de laatste ontmoeting ontbreekt evenwel Thomas, hij krijgt een week later een uiterst persoonlijke ontmoeting met en begroeting van de levende Heere. Dan openbaart Jezus Zichzelf wederom aan de discipelen aan de zee van Tiberias, aldus Johannes. Weer een openbaring. Weer een verschijning. Weer een bekendmaking. Goed om het oog te hebben voor de woorden van de schrijvende discipel, hem het oor lenen.

 

Een hernieuwde openbaring, Hij openbaarde Zich aldus. Petrus vervult daarin een rol. Hij neemt het initiatief tot vissen, zijn woorden zijn slechts voor één uitleg vatbaar: ‘Ik ga vissen’. Het resterende aantal discipelen volgt hem in die beslissing. Het meer is gekozen, het net uitgeworpen, maar de vangst is nul komma nul. Dan klinkt er een stem van de oever, vanaf het strand. Er wordt om een enkel visje gevraagd. Een pijnlijk verhaal, de vissermannen moeten die vraag met een korzelig en beschamend neen beantwoorden. Ze staan met lege handen, ze varen met een nacht op een vissersboot zonder vangst. Een gebeurtenis ten gunste van Jezus Die Zich wil openbaren. Volgens de hemelse stelregel: armen vervult Hij met goederen, naakten bekleedt Hij, enzovoort.

 

Van de oever komt een bevel: ‘Werpt het net aan de rechterzijde van het schip’. Een bevel met een belofte: ‘En gij zult vinden’. Op dat woord werpen zij het net nog maar een keer overboord, tegen de regels van het vissen in. Maar de vangst is vervolgens fenomenaal. Ze komen mankracht te kort, de visvangst is zo groot dat het net niet binnenboord kan worden gehaald. Voor de discipel Johannes bestaat er geen twijfel: ‘Het is de Heere’. Voor Simon Petrus die het eerste te scheep was gegaan en aan boord geklommen betekent het: overboord. Zijn medediscipelen slepen het net met de vissen naar de kant. Op het strand blijkt wel dat de Heere de vis niet nodig had, er brandt vuur en vis wordt gerookt. Jezus beveelt van de gevangen vissen te brengen, op Jezus’ woord pleegt Petrus nu de visverwerking te doen. De vraag hoeft niet gesteld te worden, eenieder weet het: ‘Het is de Heere’.

 

Zo gaat dat in het leven. De Heere maakt arm en Hij maakt rijk. Hij doet met lege handen komen om die te vervullen. De veelzeggende praktijk is een geschonken werkelijkheid: ‘Moede kom ik, arm en naakt, tot de God Die zaligmaakt.

 

Jawel, Hij openbaarde Zich aldus. Een woord om mee te rekenen, de geloofservaring om van Hem te getuigen en te spreken. De Heere legt het in hart en mond: ‘Niets hebbende, nochtans alles bezittende’. Beslist, toen alle hoop mij geheel ontviel en niemand zorgde voor mijn ziel, toen hebt Gij mijn pad gekend.

 

Heerlijk om van Hem te zingen Die alles doet, het ene en het andere. Hij vult lege kinderhanden en Hij verbindt gebroken kinderharten. Wat een heerlijke Zaligmaker is Hij, wat een geweldige Jezus belijden wij! Ja toch? Wanneer het ‘aldus’ niet is, is het armoe troef al wanen we onszelf rijk en verrijkt.