Meditatie
Strijden
En Hij zeide tot hen: Strijdt om in te gaan door de enge poort.
Lukas 13 vers 23
Niet vrijblijvend
De Heere preekt, indringende woorden. Zijn spreken is met macht. Klemmende woorden die willen beklijven. Hij is bewogen, met ontferming bewogen, Hij geeft diepgaand onderwijs. Niemand moet denken dat hij of zij vrijblijvend naar Hem kan luisteren. Wanneer iemand met een vraag komt krijgt hij een bindend antwoord, geen antwoord voor hem alleen. Jezus’ antwoord is op iedereen van toepassing. De Heere eist dat we ernst maken met de zaligheid, het leven bloedserieus nemen. Het gaat om het uitkopen van de genadetijd, onze kostbare tijd optimaal besteden. De tijd is er niet voor zinloze discussies en beschouwingen, niet voor het stevig bomen over kerkelijke vraagstukken. Neen, de Heere geeft voorbereidingstijd, het leven is geschonken om ons voor te bereiden op de verschijning voor God, vroeg of laat is er de dagvaarding. De Heere Jezus bereidt op Zijn toekomst voor, de (weder)komst van de Zoon des mensen is aanstaande. Iedereen moet alert en waakzaam zijn.
Een genezing die ergernis wekt
De vorige dag is voorbijgegaan, een nieuwe dag is aangebroken. Een heerlijke dag, een bijzondere dag, het is de sabbat, de dag des HEEREN. Iedere Jood moet beseffen dat het Góds dag is en hij moet zich in zijn doen en laten daarvan rekenschap geven. Hij dient te weten wat de HEERE van hem verwacht. Op deze sabbat in de beschrijving van Lukas is Jezus in een volgend stadje te vinden. Niemand hoeft te raden waar Hij is te vinden, iedereen weet waar ze Hem moeten zoeken, in de synagoge. Hij gaat altijd naar Zijn gewoonte naar de synagoge. We treffen Hem daar dan ook aan. Een bijzonderheid. Er gebeurt iets opmerkelijks, juist op de sabbatdag. Niet zelden wordt de Heere nauwlettend gevolgd en in de gaten gehouden als het sabbat is, de kritische vraag is steeds of Hij Zich wel aan de voorschriften van de sabbat houdt. Op deze sabbat is er een vrouw die al achttien jaar hevig door de satan geplaagd wordt, inmiddels kan zij door dit alles niet meer overeind komen. Er gebeurt iets groots, iets wonderlijks, Jezus geneest en verlost haar. Een geweldige daad, een immense bevrijding. De Heere is zeer te prijzen. De vrouw verheerlijkt God. Ja, God komt de eer toe. Maar de genezing valt niet bij iedereen goed. De overste van de synagoge laat blijken dat hij de daad van de Heere Jezus verwerpelijk vindt. Hij wijst het ten strengste af, er zijn zes dagen waarop de dokter zijn werk kan doen. Dus de verwijten zijn aan het adres van Jezus gedaan, Zijn heilsdaad wordt streng afgekeurd. De Heere reageert furieus, heel scherp: ‘Huichelaar’. De dieren worden losgemaakt om te eten en Hij zou op de sabbat deze arme en ellendige vrouw niet mogen helpen? Dwaasheid. Het is schering en inslag bij Jezus: onbegrip, verzet, afwijzing, haat, miskenning. De prediking van Jezus maakt veel los, ze roept vragen op, er wordt verschillend over gedacht, een klein deel schenkt er geloof aan, anderen willen er niets van weten.
Een onbekende man met een vraag
Ineens is er een onbekende man bij Jezus, hij stelt de Heere een vraag. Het pleit voor de man dat hij zijn vraag Jezus Zelf stelt en met zijn vraag naar Jezus gaat, daarin is hij zeker navolgenswaardig, een voorbeeld voor ons. Hoe luidt zijn vraag? Wel, die geeft te denken. Hij is op de getallen uit. En hij denkt niet groot van de Heere maar klein. De resultaten zijn gering. Hij vraagt: Heere, zijn er ook weinigen die zalig worden? Een bedenkelijke vraag. Maar een klein deel wordt zalig. Wat is het voor een vraag? Waaruit komt ie voort? Nieuwsgierigheid? Of een blijk van laatdunkendheid? Een beetje met minachting? Of kan dat niet want hij spreekt Hem toch maar aan met Heere. Geeft hij iets prijs van zijn bedenkingen? Is het spot? Of toch bewogenheid? Lastig. Maar wij zouden die vraag gesteld kunnen hebben, en wij zouden er onze reden voor hebben om hem zo te stellen. De man ook. Jezus lijkt weinig te oogsten zoals Hij ook Zelf sprak van een kleine kudde en weinigen uitverkoren. Wat kunnen we zeggen? In ieder geval heeft de man de kern te pakken. Hij onderkent in zijn vraag dat de zaligheid met de Heere Jezus verbonden is. Hij is de Koning Die onderdanen zoekt en maakt, de Heere Die zalig maakt. We kunnen ons nog een poosje met de vraag bezighouden en met de vraagsteller en zijn motieven, maar eigenlijk schieten we daar niets mee op. Het antwoord is veel belangrijker, de reactie van Jezus legt het volle gewicht in de schaal.
Strijden jullie allemaal om in te gaan…
Uit Zijn antwoord maakt Jezus duidelijk dat Hij met de vraagsteller niet meegaat. Hij wijst de man terug en laat horen dat Hij geen beschouwingen en redeneringen wil. Beschouwen is misplaatst en blijven redeneren is levensgevaarlijk. Wat leveren lange en hete discussies nu op? Wat schiet de man er mee op als hij het aantal weet of dat hij weet dat het er veel of dat het er weinig zijn. Met een simpel ja of neen gaat ieder vervolgens zijn mening geven en zijn visie. Dat wil de Heere niet. Hij wil een persoonlijke reactie, een hartelijk gehoorzamen van de prediking. De Heere is uit op relatie. Daarom kapt de Heere de vraag af om te laten horen dat Hij in ieders leven nodig wil zijn. De Heere Jezus antwoordt concreet. Het is als is de vraag namens iedereen gesteld. Iedereen krijgt antwoord. Er staat immers: Hij zeide tot hen. Heel duidelijk een meervoud. Niet: tot hem. Neen, tot hen. En vervolgens: Strijden jullie om in te gaan door de enge poort. Een algemeen bevel, iedereen is aangesproken, er zijn geen uitzonderingen. De Heere roept iedereen op persoonlijk te strijden. Geen rekensommen met aantallen, neen rekenen hoe je er komt. Zalig worden door Jezus Christus. ‘Ik ben de Weg en Ik ben de Deur’. ‘Niemand komt tot de Vader dan door Mij’. Eén Toegang, de Hoofdpoort, de Heere is de Deur. Het moet door de enge en nauwe poort heen. De maat van die poort is zodanig dat geen mens er bepakt en bezakt doorheen kan. Alle bagage moet worden afgelegd. Alleen arme en kleine mensjes, door de Heilige Geest leeggeschudde mensen kunnen erdoor. Alles achterlaten, alles schade en drek om de uitnemendheid van Christus, de Weg en de Deur. Strijdend ingaan. Zonder strijd is er geen binnenkomst en zonder strijd is er geen overwinning. Vijanden willen bij de poort weghouden, proberen erbij vandaan te slaan, willen van de smalle weg afhouden. De driekoppige vijand is vasthoudend en gemeen: de wereld, de duivel en ons eigen ‘ik’. Strijdt de goede strijd van het geloof. Weg van de begeerten der wereld, de briesende duivel door het geloof weerstaan, het eigen ‘ik’ kruisigen. Gelukkig en Goddank is het geen eeuwige strijd. Zeer vertroostend voor de geloofsstrijders, de Heere rust ze in de strijd toe, sterkt ze in de strijd. En aan het einde wanneer zij in Hem de goede strijd des geloofs gestreden hebben en tot het einde volhard, dan krijgen zij de kroon van Hem Die ze zo ontzettend liefhadden. Ze erkennen: door U, door U alleen. Het is gelukkig geen eeuwige strijd, een vertroosting voor alle gelovigen. Echter is het ook een klemmende waarschuwing voor de ongelovige en onbekeerde medereiziger naar Gods rechterstoel: de tijd van strijden is kort, het is een keer voorbij, er is een héden der genade. Als dat heden der genade niet wordt gebruikt, dan is het eens ‘te laat’. Daarom: Haast u om uws levens wil. Geen tijd te verliezen. Kort en bondig, het is het één of het ander: Wie zijn leven wil behouden die zal het verliezen maar die zijn leven zal verliezen die zal het behouden. Heden is het de dag der zaligheid.