Ga direct naar de hoofdinhoud

Meditatie

Door de verkondiging geraakt en veranderd

 En als zij dit hoorden, werden zij verslagen in het hart en zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat zullen wij doen, mannenbroeders? En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave van de Heilige Geest ontvangen.

Handelingen 2 vers 36-38

In de sportwereld en bokspartij heet het een directe rechtse. Petrus is heel direct in de verkondiging, recht op de man af. Een voltreffer. Niemand gaat vrijuit. Zonder uitzondering geconfronteerd. Het ganse Israël moet het weten. Niemand kan de handen in onschuld wassen. Een eerlijke verantwoording, de preek wil tot bezinning brengen, geen afschuiven en wegwuiven. De verantwoordelijkheid nemen. De kernvraag is wat de prediking met de hoorders doet, welke uitwerking de prediking heeft? Wat doet het met die grote massa hoorders in Jeruzalem?

De hartenkreet

Over een preek kunnen vragen worden gesteld, mooi als er betrokkenheid is. De verkondiging roept soms vragen op die ook worden gedaan, die getoonde interesse stemt blij. De prediking beoogt echter meer. Gezegende preek wanneer de verkondiging wordt gehoord als Góds Woord en de hoorder zich voor de Heere gedaagd en geplaatst weet, levensvragen stelt, hartenkreten slaakt. Petrus preekte. Dan blijkt zonneklaar dat het raak is. Eén reactie staat op papier. Doeltreffende prediking. De Geest treft doel. Met het Woord, ook wel het zwaard des Geestes genoemd, slaat de Geest goed raak. Een genadeklap. Petrus’ preek is indringend, dringt diep binnen, zij doet wat met de mensen. Letterlijk staat er dat de hoorders in hun hart gestoken worden, diep geraakt dus. Het hart doorstoken. De beschuldiging komt binnen. De belevenis: ‘Wij zijn moordenaars’, ‘wij hebben Hem gekruist en ons aan Hem vergrepen’. Daarentegen, God wekte Hem op, verhoogde Hem. Petrus’ hoorders zijn neergesabeld, in staat van beschuldiging gesteld: vijanden van God en vijanden van Jezus Christus. Ze hebben het ergste te vrezen, Gods toorn hoeft maar een weinig te ontbranden. Ze kunnen op zaligheid onmogelijk rekenen. Met hun vijandschap zijn ze tegen de lamp gelopen. De prangende vraag, het spant, de doodsteek gekregen: “Wat moeten we doen, mannenbroeders?” De triomf van Gods Woord. De Geest regeert. Met onweerstaanbare kracht. Pinksteren met de werkelijkheid van de ontdekking, de waarheid in het binnenste gebracht en gekomen. In het hart getroffen, ter harte genomen. Geen redeneren maar capituleren. Een voltreffer, het Woord slaat in. Verslagen. Door schuldbesef getroffen. Wat moeten we doen? Wat moet er gebeuren? Overgave en uitlevering, arrestatie en inrekening. Intense vraag.

Het liefdesantwoord

Het antwoord laat niet op zich wachten. De oproep tot bekering en doop tot vergeving der zonden, het geloof daarmee verbonden. Gelovig aannemen en omhelzen van het Woord. De onrust is vreselijk, die kan alleen Christus wegnemen. Om Jezus de Christus gaat het. Daarom de weg: bekeren en gedoopt worden. Bekende woorden, oude woorden, vertrouwde prediking. Profeten getuigden die verkondiging, Johannes de Doper hamerde erop. De Heere Zelf drong aan op de bekering want de bijl ligt aan de wortel van de boom. Ook na Zijn opstanding het bevel om de bekering en vergeving der zonden te prediken, te beginnen in Jeruzalem. Geen vergeving zonder bekering, geen redding zonder bekering en geloof. Bekering betekent verandering van gezindheid, in je denken veranderen. De Zijnen zullen het zeggen: ‘Ik ben er ánders gaan denken, ánders over Hem, ánders over mijzelf, ik kijk er nu anders tegenaan’. Het gaat om de Messias, de Christus, de Beloofde, Gods Zoon, het vleesgeworden Woord, Jezus. Hoe over Hem gedacht wordt. Paulus moest eerst niets van Hem hebben maar later is Jezus alles en is Hij alleen de Gerechtigheid, Heiligheid en Zaligheid. Eerst best zonder Hem kunnen, zonder Hem leven, het ging prima. Toen is het omgekeerd, de Geest heeft het leven ondersteboven gezet, een wissel getrokken in het leven. De Heere is nu alles, Jezus alleen, van de Vader gegeven, door de Geest bekendgemaakt. Zonder Hem niet kunnen, op Hem getrokken. Het roer is in Zijn handen. Petrus spoort ertoe aan, gebiedt en beveelt het. Een bevel in de Naam van de Heere. Zo hoort het. Zo gaan Gods dienstknechten uit. Hun roeping en uitzending. De Belover en de Gever, wat Hij beveelt, wil en zal Hij geven. Prediken en de Heere wrocht mee. Predik in opzien tot Mij, Ik zal met u zijn. Het onmogelijke is bij God mogelijk. Petrus’ hoorders kunnen hun daad niet meer ongedaan maken, hun daad is schuld. Ze kunnen het niet goed maken en niet wegwassen. Maar… de Heere vergeeft de zonden. Die dan Zijn Woord gaarne aannamen, zij geloofden en vertrouwden zich Hem toe, zij riepen de Naam van de Heere aan. Hij vergeeft de haat en de vijandschap, de blindheid en de stuursheid, en zij werden gedoopt. Uitgetekend, gedoopt: Uw bloed reinigt van alle zonden. In de armen van Jezus geworpen. Overgave aan Hem.

De heerlijke belofte

Tenslotte is er een bijzondere, grootse en heerlijke belofte. De belofte van de gave van de Heilige Geest. Johannes zei dat hij wel met water doopte maar na hem zou de Zaligmaker komen Die met de Heilige Geest en met vuur zou dopen. De overgave aan Hem en de doop in Hem, het leven van sterven en opstaan met Christus, dat is gezegend met de gave van de Heilige Geest. Gods Geest als gave! Oog en aandacht voor die Gave. De Geest wérkt geloof, máákt levend. Maar de Geest Zelf wordt als Gave ontvangen. Hij komt woning bij hen maken. Bij de Gemeente gevoegd, die door de Geest wordt geleid, op wie de Geest rust. In goede handen, met de beste Gids. De Geest neemt het uit Christus, Hij leidt tot Christus. Onrustig gemaakt neemt Hij bij de hand om de Rustaanbrenger te openbaren en bekend te maken. Woning in ons, bij ons, de andere Trooster, zei Jezus. De Heilige Geest schenkt een bevrijd leven. Hij geeft lucht en adem, geeft het kindschap om Abba te doen roepen. De Geest der aanneming tot kinderen is een kostelijk onderpand. Uitbetaling gegarandeerd. Kinderen komen Thuis. Ze zijn met het Woord tevreden, leunen en vertrouwen daarop.